Meloenen oogsten
Meloenen zijn het zoetst wanneer ze volledig rijp zijn aan de plant. Op het juiste moment oogsten zorgt voor sappig vruchtvlees, een rijke smaak en de juiste zoetheid.

Oogstinstructies
Oogst bij volledige rijpheid.
Meloenen worden na het oogsten niet zoeter, dus de timing is cruciaal. Let op de specifieke tekenen voor elk type meloen.Controleer op rijpheidskenmerken.
Cantaloupe (suikermeloen): de schil krijgt een verhoogd netpatroon, de achtergrondkleur verandert van groen naar lichtbruin, en de vrucht laat gemakkelijk los van de plant als je hem voorzichtig optilt.
Honingmeloen: de schil verandert van groen naar romig geel en voelt licht wasachtig aan.
Watermeloen: de onderkant (ligplek) wordt romig geel, en het rankje dat het dichtst bij de vrucht zit, droogt uit en wordt bruin.Gebruik de 'slip-test' (voor cantaloupe).
Rijpe cantaloupes laten gemakkelijk los van de plant met een zachte tilbeweging. Als je moet trekken, is hij nog niet rijp.Oogst onder droge omstandigheden.
Oogst meloenen op een droge dag om de bewaarkwaliteit te verbeteren.Snijd voorzichtig.
Gebruik een mes of snoeischaar om de steel dicht bij de vrucht af te snijden, vooral bij meloenen die niet van nature van de plant loslaten.Ga er voorzichtig mee om.
Meloenen kunnen inwendig kneuzingen oplopen, zelfs als de schil intact lijkt. Laat ze niet vallen en stapel ze niet zwaar op elkaar.Bewaar ze correct na het oogsten.
Bewaar hele meloenen op kamertemperatuur voor kortdurend gebruik of in de koelkast zodra ze volledig rijp zijn. Koel bewaren na het snijden.
